SchierOp de vergeelde foto's buiten, naast de menukaart, stond hij enthousiast in de keuken. Een grote pan in zijn hand, een hoog opkomende gele vlam, de snor verborgen achter zijn brede lach. Afgelopen woensdag liep hij een verdwaasd heen en weer van de bar naar de receptie. Nog maar een sigaret, nog maar een blik over de duinen en af en toe met een schuine blik naar de voordeur. Of er misschien nog meer mensen zijn restaurant binnen kwamen. Waren de voorgaande weken klaarblijkelijk hoogtij dagen voor de uitbaters op Schier, de afgelopen week was de rust compleet wedergekeerd en moest de man met de snor toekijken hoe slechts een tafeltje in zijn restaurant was bezet. Zijn restaurant met het uitzicht op het helmgras in de duinen dat zilverkleurig oplicht in de avondzon. Dit was voor hem niet de beste week. De straten waren leeg, een enkele fietser op de dijk, een verdwaalde wandelaar over het strand, een paar lokale bewoners op het terras van Van de Werff. En dat met de zon hoog boven het eiland, blauwe luchten, schuimende koppen op zee, fazanten in de duinen, het zwevende geluid van de wind, de zee en de vogels en de geur van de lente, de zee en het zand door elkaar heen. Zijn eiland was nu toch eigenlijk mooier dan ooit. Waarom was er dan niemand. Nou ja, behalve die drie aan dat tafeltje bij het raam. Die genoten van de rust, de leegte, de autoluwe wege, de wijdse stranden, de grootse duinen en het eeuwige ruisen van de zee. Met een Hoegaarden in de zon is het dagelijks leven op het vaste land in Schier even heel ver weg. Heel ver weg, maar wel weer veel te kort....


