FinaleHet was het eerste waar ik aan moest denken. Ik was 11. Het was de halve finale van de clubkampioenschappen. Magnifiek tennis. Ik speelde als nooit tevoren. Het gravel stoof op van de lijnen. Prachtige groundstrokes. Met een 6-2 stoomde ik op naar de finale. Maar toen kwam de regen. De tweede set werd gestaakt op 2-1. De zon brak door de volgende dag en de wedstrijd nam een vervolg. Ik kwam er niet in. Het werd 6-6. Een tie-break. Ik werd weggevaagd. De derde set werd een miserabel 1-6 voor de tegenpartij. Weg droom. Weg finaleplaats. Het was het eerste waar ik aan moest denken. Misschien is het wel een soort jeugdtrauma. Die tenniswedstrijd. Die halve finale. Dat clubkampioenschap dat nooit kwam. Het is een manke vergelijking eigenlijk, want ik stond nu in de finale. En de laatste set was een spannende strijd. Een soort matchpoint bij advantage (40-40) waarbij de tegenpartij toevallig een ace slaat. En ik naar huis kan met een zilveren bordje. Met de toezegging dat er een nieuwe finale komt. Een nieuwe kans. Die ik zonder meer mag spelen. Maar op dit moment zegt me dat niet zoveel. Want ik zit met dan zilveren bordje op de schoorsteenmantel, in plaats van met die gouden beker. Het werd 6-8, maar het had net zo goed 8-6 kunnen zijn. Ik pak het bordje van de schoorsteenmantel en kieper het in een verhuisdoos. Volgende keer staat hier een beker. Een gouden, met een kroontje bovenop. 6-2, 6-3, 6-2. Mark my words.....
Geen opmerkingen:
Een reactie posten